Gemeenteraadslid mag ex-wethouder Delft van corruptie beschuldigen
Op 16 maart jl. heeft het Hof Den Haag zich uitgesproken in
de langslepende corruptie-affaire tussen Delfts gemeenteraadslid
Stoelinga en oud wethouder Baljé. Het gemeenteraadslid had de
wethouder van corruptie beschuldigd naar aanleiding van belastende
beeld- en geluidopnames van de wethouder uit 2004. Het Hof heeft
geoordeeld dat Stoelinga voldoende feitelijke basis had voor zijn
beschuldigingen en heeft alle vorderingen tegen Stoelinga
afgewezen. Het hof onderstreept in een uitvoerig arrest het belang
van de vrijheid van meningsuiting
in het politieke debat. Het Hof overweegt dat Stoelinga
"in redelijkheid van mening [kon] zijn dat sprake was van
een misstand van zodanige ernst, dat deze niet alleen in het
publieke debat maar ook, gelet op het algemeen belang bij de
bekendheid daarmee, publiekelijk aan de orde gesteld diende te
worden op de wijze en in de bewoordingen als is
geschied". Dat de Delftse politiek en masse over
Stoelinga heenviel toen hij de wethouder beschuldigde doet daar
niet aan af: "Ook (of wellicht zelfs juist) wanneer de
meerderheid een andere mening is toegedaan, mag een lid van de
oppositie een bepaalde kwestie in beginsel aan de kaak blijven
stellen".
Jens van den Brink en
Reindert van der Zaal staan de heer
Stoelinga bij.
Voor meer informatie over deze zaak en een selectie
van in de media verschenen artikelen kunt u terecht op
mediareport.nl.
publicatiedatum
:
woensdag 17 maart 2010