Sigarettenparodie van bioscoop Het Ketelhuis mag van de rechter
Tabaksreclame is in Nederland volledig in de ban gedaan. In het
kader van de volksgezondheid is de Marlboroman daarom uit het
straatbeeld verdwenen. Terecht kun je bij de promotie van roken
vraagtekens zetten. De vraag is of je de tekens van de
tabaksindustrie daarmee als radio-actiefafval moet behandelen? Geen
grappen met Javaanse Jongens, Belinda en Peter Stuyvesant? Nee,
zegt de inspectie. Dat mag niet. Ook humoristische bewerkingen zijn
uit den boze. De rechtbank Rotterdam
daar anders over en vindt dat je soms best
gebruik mag maken van tabakslogo’s. Volgens de rechter wordt
hiermee namelijk niet automatisch reclame gemaakt voor de
tabaksindustrie. De inzet van deze rechtszaak was een affiche
van de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis. De vormgever had
hierbij op ludieke wijze aangehaakt bij de verslavende werking
van roken met de boodschap: “Nederlandse films gaan je aan het
hart”. Om de verwijzing kracht bij te zetten werd gebruik
gemaakt van bekende sigarettenpakjes in bewerkte vorm. Hierbij
werd het logo vervangen door het logo van de bioscoop.
De Voedsel- en Waren Autoriteit bleek bij een willekeurige
controle ‘not amused’. Vermoedelijk in het kader van strikte
handhaving werd een formele waarschuwing uitgedeeld. Het Ketelhuis
was het echter volledig oneens met de inspecteur en beriep zich op
haar kunstvrijheid. Deze recalcitrantie werd uiteindelijk beboet op
basis van de Tabakswet en het verbod gebruik te maken van tekens
van de tabaksindustrie. Na onsuccesvol bezwaar te hebben gemaakt
bij de verantwoordelijke minister, bracht Het Ketelhuis de zaak
voor de bestuursrechter Rotterdam (de nationale rechtbank voor
tabakszaken).
Volgens Het Ketelhuis had de inspectie in dit geval geen boete
mogen opleggen. Het verbod bevat namelijk een uitzondering voor
gebruik van een tabakslogo in een ‘duidelijk andere vorm’. Hiervan
zou in dit geval sprake zijn aangezien het logo van Het Ketelhuis
in het beeldmerk van Lucky Strike was verwerkt. Bovendien was het
verbod volgens de wet bedoeld om omzeiling van het
tabaksreclameverbod te voorkomen. Omdat de tabaksindustrie niets
met de affiches van Het Ketelhuis te maken had, was er dus geen
reden deze boete op te leggen.
De Rechtbank gaf Het Ketelhuis gelijk. Het affiche is geen
reclame voor Lucky Strike. Hierdoor ontbreekt de grondslag voor het
opleggen van de boete. De rechtbank bevestigde dat er een
gelijkenis bestond tussen het affiche en het logo van Lucky Strike.
Dit alleen blijkt echter onvoldoende om te spreken van een
overtreding van het tabaksreclameverbod. Hierbij speelt dat
“het niet de bedoeling van [Het Ketelhuis] is geweest om enige
vorm van tabaksreclame te maken, maar om met de poster haar
bioscoop en de Nederlandse film te promoten door middel van een –
voor de objectieve waarnemer duidelijk als zodanig te herkennen –
parodie op de (gezondheidswaarschuwing op) een
sigarettenpakje”.
De inspectie voelde zich waarschijnlijk genoodzaakt een boete op
te leggen uit angst de creatieve tabaksindustrie te veel ruimte te
bieden. Volgens Het Ketelhuis had de inspectie zich deze moeite
kunnen besparen als ze even een stap terug had genomen en had
erkend dat niet alles is wat het lijkt. Toezichthouders moeten
altijd in redelijkheid handhaven. In dit geval had ook rekening
gehouden moeten worden met het recht op vrijheid van meningsuiting
en dus parodieën te maken.
Het Ketelhuis werd in deze zaak bijgestaan door Joran Spauwen en
Annemieke Kappert van Kennedy Van der Laan.
publicatiedatum
:
donderdag 28 juli 2011