Reflexwerking van de kantonrechtersformule is een omstreden
onderwerp. Dient de kantonrechtersformule wel of juist niet te
worden toegepast in geval van kennelijk onredelijk ontslag? En als
de kantonrechtersformule al moet worden toegepast, moet dat dan
helemaal of een beetje? Het Hof Amsterdam, het Hof Den Bosch en het
Hof Leeuwarden binden de strijd aan met het Hof Den Haag. Lees
hiernaast
verder.
Terug naar Aankondigingen
De XYZ-formule bij kennelijk onredelijk ontslag: een (klein) beetje van het oude?
Een bespreking van Hof Amsterdam, Hof Den Bosch en Hof
Leeuwarden 7 juli 2009, LJN: BJ1644; LJN: BJ164; LJN: BJ1710; LJN:
BJ1713; LJN: BJ1716; LJN: BJ1688.
De reflexwerking van de kantonrechtersformule
Een arbeidsovereenkomst kan eindigen door opzegging of
ontbinding. Indien de kantonrechter de arbeidsovereenkomst
ontbindt, geldt de kantonrechtersformule bij het bepalen van de
vergoeding. Indien de arbeidsovereenkomst is opgezegd, kan de
werknemer in rechte schadevergoeding vorderen, bijvoorbeeld gelet
op de gevolgen die de opzegging voor de werknemer heeft. Indien de
rechter de opzegging kennelijk onredelijk oordeelt, dient de
rechter een schadevergoeding toe te kennen. Al lange tijd speelt de
vraag of deze schadevergoeding ook berekend dient te worden aan de
hand van de kantonrechtersformule. Op 14 oktober 2008 oordeelde het
Hof Den Haag dat in geval van een kennelijk onredelijke opzegging
een vergoeding van - kort gezegd - de kantonrechtersformule x 0,7
als uitgangspunt dient te worden genomen. Gisteren, op 7 juli 2009
wezen het Hof Amsterdam, het Hof Den Bosch en het Hof Leeuwarden
arresten met een 'nieuwe' formule voor het begroten van de
vergoeding in geval van kennelijk onredelijk ontslag.
De
'nieuwe' XYZ-formule bij kennelijk onredelijk
ontslag
De hoogte van de schadevergoeding die de rechter vaststelt in
geval van kennelijk onredelijk ontslag, wordt in het vervolg
bepaald aan de hand van de volgende formule: X (aantal
'gewogen' dienstjaren) x Y (laatstverdiende maandsalaris) x
Z (correctiefactor). De X-factor - het aantal gewogen dienstjaren -
komt neer op het volgende: ieder gewerkt dienstjaar tot de leeftijd
van 40 jaar telt voor 1; ieder gewerkt dienstjaar voor werknemers
tussen 40 en 50 jaar telt voor 1,5; ieder gewerkt dienstjaar vanaf
het moment dat de werknemer de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt
telt voor 2. De Y-factor - het laatstverdiende brutoloon - komt
overeen met de B in de kantonrechtersformule. In de Z-factor worden
alle omstandigheden van het geval gewogen. In de arresten van de
hoven wordt een groot aantal mogelijke relevante omstandigheden
benoemd, zoals de mogelijkheden ander (passend) werk te vinden, de
financiële gevolgen voor de werknemer en de (eerder) door de
werkgever getroffen voorzieningen en financiële compensatie..
Uitgangspunt is echter, aldus de hoven, dat Z in beginsel niet
hoger is dan 0,5. In bijzondere gevallen kan dat anders
zijn.
Tips
- De drie hoven introduceren expliciet een 2-stappen-leer.
Eerst wordt de vraag gesteld of de opzegging überhaupt
kennelijk onredelijk is. Pas na een positieve beantwoording van
deze vraag komt de vergoedingsvraag - en dus de XYZ-formule -
aan bod. Bij de beantwoording van deze eerste vraag worden alle
omstandigheden van het geval meegewogen.
- De X uit de XYZ-formule is voor wat betreft de
'gewogen' dienstjaren gelijk aan de A uit de
kantonrechtersformule zoals die gold voor 1 januari 2009. Voor
de Y uit de XYZ-formule kan aansluiting worden gezocht bij de B
uit de (huidige) kantonrechtersformule.
- De verwachting is dat de Hoge Raad zich nog dit jaar zal
uitlaten over reflexwerking van de kantonrechtersformule op de
kennelijk-onredelijk-ontslagprocedure. Tot die tijd zullen
hoogstwaarschijnlijk deze hoven de XYZ-formule als uitgangspunt
hanteren en het Hof Den Haag haar formule van de
kantonrechtersformule x 0,7.
publicatiedatum
:
woensdag 8 juli 2009